Selecteer pagina

Geslachtsverandering komt steeds vaker voor

Geslachtsverandering komt steeds vaker voor

Een toename is vooralsnog de enige verandering die we mogen verwachten

Elke dag komt het lichaam in contact met hormoonverstoorders. Er is al veel onderzoek gedaan om te weten te komen wat het effect van de verschillende – chemische – stoffen kan zijn op het menselijk lichaam. Hiervoor worden meestal muizen, ratten, kikkers, hagedissen en hamsters gebruikt. De resultaten worden dan doorgetrokken naar de mens. En dan horen we plotseling niets meer over de onderzoeken en/of resultaten.

Biologen hebben ontdekt dat bepaalde wezens zoals kikkers, hagedissen en garnalen van geslacht veranderen. Door de hormoonverstoorders kunnen sommige kikkersoorten in de loop van hun leven van geslacht veranderen. Dit kan zowel bij vrouwtjes als bij mannetjes plaatsvinden. De verandering kan plaatsvinden door blootstelling aan chemische stoffen, temperatuureffecten, maar ook door bepaalde ‘endocriene verstoorders’ die door de mens in het milieu worden gebracht. Alhoewel deze stoffen ons dagelijks (in het huis, op straat en op de werkplek) omringen, is de vervuiling vaak niet te ruiken of met het blote oog te zien.
Hormoonverstoorders worden er van verdacht afnemende kwaliteit van sperma bij mannen te veroorzaken, onvruchtbaarheid bij vrouwen en ziektes zoals diabetes, obesitas en borst- en prostaatkanker.

EDC en DNT

De meest herkenbare en bekende hormoonverstoorders of EDC’s (endocrine disrupting chemicals) zijn steeds meer te vinden in etenswaren en gebruiksvoorwerpen. EDC’s zijn synthetische stoffen die de werking van hormonen imiteren of die de werking ervan juist blokkeren. Zo verstoren ze het hormoonsysteem en veroorzaken ze mogelijk schadelijke effecten aan het zenuwstelsel en het immuunsysteem. 
Behalve de EDC’s zijn er ook neurotoxinen die de (ontwikkeling van de) hersenen aantasten (DNT developmental neurotoxic properties). Deze producten komen ook voor in lucht (als bestrijdingsmiddelen), in het water en in de voeding.

Maatregelen 

De effecten van EDC’s zijn sterk afhankelijk van het moment waarop je er mee in contact komt. Vooral tijdens de zwangerschap, baby- en vroege kinderperiode en adolescentie kunnen zelfs kleine doses van deze stoffen schadelijk zijn voor de ontwikkeling. Gezondheidseffecten treden vaak pas later in het leven op. 
Bescherming tegen EDC in deze gevoelige fasen is dan ook erg belangrijk. Veel EDC’s verdwijnen niet uit het lichaam en kunnen zelfs effect hebben bij heel lage concentraties. Hoewel tientallen onderzoeken de negatieve gevolgen tonen die bepaalde EDC’s hebben op dieren, het milieu en de mens, zijn er onvoldoende wettelijke maatregelen die het gebruik ervan beperken. EDC’s worden nog steeds in veel alledaagse producten gebruikt.
De WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) riep al in 2013 op tot meer onderzoek om de werking te begrijpen van hormoonverstoorders. Helaas zullen wij geen verandering zien in de nabije toekomst vanwege enorme economische belangen bij diverse industrieën waar kosten gemaakt moeten worden om hormoonverstoorders uit te bannen. De aandacht is helemaal gericht op het behandelen van ziektes, ernstige aandoeningen en eindeloze discussies over geslachtsveranderingen.  

 

Hormoonverstoorders 

De meest bekende hormoonverstoorders zijn:

  • Bisfenol A (BPA) wordt gebruikt als hardmaker in plastics en zit in onder andere plastic gebruiksartikelen zoals zuigflessen,  voedselverpakking, verpakkingen gemaakt van polycarbonaat (voor de magnetron), plasticfolie (van pvc), thermisch papier (kassabonnen), gerecyclede papieren handdoeken en wc-papier, medische hulpmiddelen, tandheelkundige composietvullingen, lijm en (nagel)lak. 
  • Bisfenol S (BPS) en Bisfenol F (BPF) worden steeds vaker als vervanger van BPA gebruikt, maar zijn eveneens sterk verdacht van soortgelijke giftige eigenschappen. 
  • Ftalaten worden gebruikt als weekmakers voor kunststoffen. Ze komen voor in PVC-vloeren, kunststof tegels, tapijt met kunststof onderlaag, vinylbehang, douchegordijnen, (kunst)lederen meubels en tassen, PVC voedselverpakkingen, elektrische kabels, lijm, verfsoorten, verf(printen), schoonmaakmiddelen, gecoate weefsels, medische producten (zoals handschoenen en infuusslangen), cosmetica, textiel (waterbestendig kleding, plastic klompen), speelgoed (zoals plastic poppen, waterspeelgoed, kinderbadjes, zwemvleugels, luchtbedden). 
  • Atrazine is sinds 2004 in de EU verboden, maar wordt in de VS nog volop gebruikt als onkruidbestrijdingsmiddel. Deze stof wordt voor mensen in verband gebracht met borst- en prostaatkanker en vertraging van de puberteit. In Europa is atrazine vervangen door terbuthylazine, een sterk verwante stof verdacht van soortgelijke schadelijke effecten.
  • Triclosan: Triclosan is een antibacteriële stof die we vinden in verzorgingsproducten als tandpasta, zeep, shampoo, lotions, deodorant, aftershave.
  • Dioxines ontstaan bij verbrandingsprocessen. PCB’s ontstaan bij de productie van bestrijdingsmiddelen met chloor en transformatorvloeistoffen. De stoffen zijn wereldwijd sinds 2001 verboden.
  • Organotinverbindingen zijn milieugevaarlijk, kankerverwekkend en giftig voor het immuunsysteem. Ze worden gebruikt als conserveermiddel, stabilisatoren en biociden. Organotinverbindingen zitten in PVC-producten, PVC bedrukking van textiel, verf voor schepen, als desinfectiemiddel, en tributyltinhydride (TBT) voor het coaten van textiel. In PVC vloeren en vloercoatings, en coatings voor bakplaten en bakpapier.
  • Nonylfenolen zijn giftig, bijtend en milieugevaarlijk. Ze zijn verboden in de EU in concentraties van meer dan 0,1%. Volgens veel onderzoekers is er voor kinderen en zwangere vrouwen geen veilige grenswaarde. Nonylfenolen komen voor in huishoudelijke schoonmaakmiddelen, cosmetica, textiel en kleding, voedselverpakkingen, speelgoed of vloerbedekking, ontsmettingsmiddelen, PVC folie transparanten, als emulgator in pesticiden en muurverf.
  • Octylfenol (4-tert-octylfenol) wordt gebruikt bij de vervaardiging van verf, lijm en banden.
  • Parabenen zijn conserveringsmiddelen die beschermen tegen aantasting van schimmels en bacteriën. Butyl- en propylparabenen versterken de werking van het vrouwelijk hormoon oestrogeen wat kan leiden tot contactallergieën. Parabenen komen voor in veel verzorgingsproducten, geneesmiddelen, voedsel, tabak en schoenpoets. Schadelijke parabenen in cosmetische producten zijn butylparaben, propylparaben, in levensmiddelen en tabaksproducten zijn methyl-, ethyl parabenen en zijn zouten (E214, E215, E216, E217, E218, E219) nog steeds toegestaan.
  • Synthetische UV-filters, zoals Benzofenon-3 (oxybenzon), 3-benzylideen kamfer, 4 methylbenzylideen kamfer (4-MBC), 4,4-Dihydoxybenzofenon, benzofenon, en ethylhexylmethoxycinnamaat.
  • Gebromeerde vlamvertragers (BFR) zijn chemische stoffen die worden toegevoegd aan meubels, elektronica en bouwmaterialen. 
  • Per- en poly-fluorocarbonaten (PFCs) worden toegepast in de bekende anti-aanbaklaag van pannen. Er is bewijs dat sommige PFC’s de werking van schildklierhormonen blokkeren. 
  • Perchloraat is afkomstig uit meststoffen en bleekmiddel en kan voedsel verontreinigen. Het verstoort de werking van schildklierhormonen.
  • Lood tast vrijwel elk orgaan in het lichaam aan en veroorzaakt meerdere aandoeningen. Het is niet alleen een zwaar giftig zwaar metal, maar ook een hormoonverstoorder. Je kunt nog steeds met lood in aanraking komen door oude verflagen of leidingen in oude huizen.
  • Kwik is een natuurlijk element dat giftig is voor levende organismen. Vooral tijdens de zwangerschap kan een kwikvergiftiging leiden tot aantasting van de hersenen van de foetus. Kwik hoopt zich op in de voedselketen en komt vooral in vis voor.
  • Organofosfaten zijn bestrijdingsmiddelen die hun oorsprong vonden in het gifgas dat de Nazi’s in de Tweede Wereldoorlog produceerden. Tegenwoordig worden ze nog steeds gebruikt als insecticide.
  • Glycol-ether worden gebruikt als oplosmiddel in verf, in schoonmaakmiddelen, remvloeistof en cosmetica. Ze behoren tot de vluchtige organische stoffen (VOS) en geven klachten zoals  astma, allergieën en vruchtbaarheidsproblemen. 

Bardagaam

Er is veel bekend over de hormoonverstoorders; wetenschappers kennen de gevaarlijke stoffen en hebben de effecten al beschreven. Helaas wordt niet alles bekend gemaakt. Een van de meest merkwaardige onderzoeken is het onderzoek naar verandering van geslacht bij de bardagaame hagedissen (Pogona vitticeps) die in het wild, voornamelijk in de woestijnen van Australië leven en tot familie behoren van de leguaan. Wetenschappers bij de Universiteit van Canberra uiten nu echter hun bezorgdheid over vrouwelijke baardagaame hagedissen. Het is namelijk al heel lang bekend dat sommige reptielen van geslacht veranderen, naarmate het warmer wordt op aarde. Van hagedissen wist men dit echter nog niet. Nu door klimaatverandering de temperatuur stijgt, komt daar verandering in. De wetenschappers onderzochten wilde hagedissen met mannelijke chromosomen, maar met uiterlijke vrouwelijke kenmerken. Bij paring van deze vrouwtjes met normale mannetjes, werd het geslacht van hun nakomelingen niet bepaald door sekse-chromosomen, maar door de temperatuur van de broedtijd.

Kikkervisjes 

Ook de kikkervisjes (Xenopus laevis) waarvan de larven werden blootgesteld aan BPA zijn nader bestudeerd. BPA wordt opgenomen en gemetaboliseerd door kikkervisjes. De onderzoekers concludeerden dat er duidelijk bewijs is dat BPA feminisatie in kikkervisjes induceert en dat BPA de seksuele ontwikkeling bij amfibieën beïnvloedt. 

Protandry en Protogyny

Protandry verwijst naar een dier dat mannelijk geboren wordt en verandert in een vrouwelijk en protogyny verwijst naar een dier dat vrouwelijk geboren wordt en verandert in mannelijk. 

 364 Bia mirá,  2 Bia mirá awe

Over de auteur

Generic selectors
Exact matches only
Search in title
Search in content
Filter by Categories
Gezond Bewegen
Gezond Denken
Gezond Eten
Gezond Leven
News

Abonneer