Selecteer pagina

De toekomst van Curaçao ligt in het verleden

De toekomst van Curaçao ligt in het verleden

Van nutteloos eiland naar een ‘wellness’ eiland

De eilanden Curaçao en Bonaire werden in 1499 (her)ontdekt door de Spanjaarden. Aruba werd in 1500 door de Spanjaarden ontdekt. Zij troffen op Curaçao en Bonaire voornamelijk de Caquetío-indianen aan. De Caquetío-indianen behoorden tot de Arawak-groep. De eilanden werden achtereenvolgend veroverd door de Spanjaarden (1499-1634), door de Nederlanders(1634-1806), door de Engelsen (1806-1816), en weer van 1816 tot heden door de Nederlanders. 

De indianendorpjes lagen vaak in de buurt van binnenbaaien aan voornamelijk de zuidkust. Woonplaatsen zijn gevonden bij onder andere Knip, Matancia (de buurt met indianennamen) en Santa Barbara. De latere Caquetios leefden van kleinschalige verbouw van onder meer cassave, van visserij, het verzamelen van schelpdieren en van jacht op klein wild. Daarnaast dreven zij handel met indianen van andere eilanden en van het vasteland.
Na de verovering van het eiland bleek al snel dat de indianen niet geschikt waren voor het zware werk in de hete zon. Om die reden moesten de indianen ‘vervangen’ worden door Afrikaanse slaven omdat zij veel meer arbeid konden verrichten. De Spanjaarden hadden namelijk gehoopt goud en zilver te vinden op Curaçao en voor dat werk bleek de Afrikaanse slaaf geschikt te zijn. 

Gedeporteerd 

De indianen werden in de gelegenheid gesteld om terug te keren naar het vaste land (aldus de mooie humane positieve beschrijving in de geschiedenisboeken), daarna werden ze gevangen genomen en gedeporteerd. Bij Koninklijk besluit van Spanje (23 december 1511) werd het zelfs toegestaan om de indianen te vangen, met als gevolg dat de gehele inheemse bevolking, 2000 man, naar Hispaniola werd gedeporteerd.
In 1526 liet de Spaanse koning toe dat de eilanden weer bevolkt konden worden door indianen uit omringende (ei)landen (Taïno’s en Lucaya’s). Ook de Caiquetios mochten terugkeren naar Curaçao.
De Spanjaarden die geen woord konden wisselen met de Caiquetios noemden het eiland zoals Amerigo Vespucci het eiland noemde: het eiland der reuzen ‘Isla de los gigantes’. De indianen waren slank, gespierd en het waren ‘reuzen’ vergeleken bij de tengere korte Italiaanse, Portugese en Spaanse zeevaarders/veroveraars.
Toen de zeevaarders geen goud en zilver vonden op het eiland der reuzen werden de eilanden (mogelijk ook Bonaire) omgedoopt tot ‘Islas Inutiles’ (nutteloze eilanden). 

Scheurbuik

Door de lange reis vanuit Europa en Afrika waren er veel zieken, zwakken en stervenden aan boord die aan een mysterieuze ziekte leden en waaraan de één na de andere stierf. Dit was de ziekte die ‘scheurbuik’ genoemd wordt (medisch: scorbutus of scorbuut), een ziekte ten gevolge van een langdurig vitamine C tekort zoals dat in vroegere eeuwen op zeilschepen op de grote vaart veel voorkwam.
Amerigo Vespucci liet bij vertrek richting Zuid- en Midden-Amerika de zieken achter op het eiland, waar de zeevaarders op een waardige wijze konden sterven. Immers, als een zeevaarder op zee kwam te sterven werd het lichaam in zee geworpen en van een menselijke of eervolle begrafenis was geen sprake.
Bij terugkeer uit Amerika richting Spanje zagen de zeevaarders dat dezelfde mensen die zij hadden achtergelaten om op het eiland te sterven, op de kade stonden en hun in blakende gezondheid begroetten. Zij waren genezen doordat ze zich op het eiland te goed hadden gedaan aan de overvloed van vers fruit, vol vitamine C.
Het eiland werd toen omgedoopt tot ‘het eiland van de helende indianen’, ‘Coração’, het Portugese woord dat ‘hart’ betekent. In de naam Curaçao zit sindsdien de ware aard verscholen: Cura-ção betekent ‘genezing/hart’. Curaçao het eiland voor ‘genezing van hart en ziel’ of ‘de plaats waar men geneest’. 

Anekdotes 

Er zijn nog meer anekdotes en zelfs sprookjes (zoals bekende geschiedschrijvers, waaronder Joh. Hartog de verklaringen over de naam van het eiland Curaçao noemde) bekend. Alle suggesties en overtuigende verklaringen over de naam Curaçao zijn aanvaardbaar en tegelijkertijd worden dezelfde verklaringen door anderen afgewezen.

Na de ontdekking van de eilanden was er een discussie onder de ontdekkers en theologen over de vraag of de indiaan een ‘redelijk wezen’ oftewel als mens beschouwd kan worden. Voor en tegenstanders discussieerden over dat punt tot in 1537 Paus Paulus III besloot dat de indianen tot ‘die volken der aarde’ behoorde aan welke het christendom moest worden gepredikt. De indianen werden ingezet ten dienste van de mens; van slavernij was geen sprake omdat het immers ‘redeloze dieren waren’. De kerk was tegen de slavernij en slaven vielen onder de ‘artikelen’ waarbij een speciale vergunning van de Kroon nodig was om daarin te mogen handelen. In Spanje kende men wel slaven (Moren uit Noord-Afrika en de Afrikanen die van de Portugezen waren gekocht), maar de indianen behoorden niet tot de slaven. Indianen die onwillig waren Christen te worden mochten gevangen genomen worden. 

Feit is echter wel, dat de naam ‘Curaçao’ maar naar één plek op deze planeet verwijst en dat is de helende plek waar de indianen te vinden waren die genezing brachten. Curaçao is de enige plek op aarde die zich met alle recht het ‘eiland van wellness’ kan en mag noemen. Als we al deze feiten uit onze geschiedenis op een rijtje zetten dan mogen we concluderen dat wij hier op Curaçao een prachtig geschenk hebben gekregen van moeder natuur.
Momenteel is de regering naarstig op zoek naar nieuwe bronnen die de economie van het eiland kunnen verbeteren. De zoektocht kunnen we vanaf nu staken omdat Curaçao bevoorrecht is met een mooie geschiedenis. 

Wellness eiland

Curaçao officieel uitroepen tot een ‘wellness island’ zal een strategische zet zijn die het eiland in alle aspecten ten goede zal komen. Wellness zien we terug in onze flora en fauna. De Spanjaarden die zich in 1527 op het eiland vestigden importeerden veel exoten naar Curaçao. Paarden, schapen, geiten, varkens en rundvee werden vanuit Europa of een van de Spaanse koloniën op het eiland geïntroduceerd. Ook diverse uitheemse bomen en planten werden door de Spanjaarden aangeplant. We herkennen ook verschillende woorden en benamingen die afstammen van de indianen. Traditionele gerechten, diverse locaties op het eiland met indiaanse geschiedenis, folkloristische dansen. Met name op toeristisch gebied heeft wellness op het eiland veel te bieden.

We moeten gebruik maken van ons gouden ei’

Trots

Gedurende de afgelopen twee jaren heeft de bevolking van Curaçao volop kennis kunnen maken met het begrip wellness en diverse wellnessgelegenheden zoals restaurants, gerechten, veranderingen in de creoolse keuken, sportcentra, spa’s, de kennis en gebruik van de lokale kruiden, behandelingen in de traditionele geneeswijze, aanpassingen in het milieu, de landbouw en visserij. Dit allemaal kan weer met trots aangeboden worden aan de toerist.
Wellness zal een enorme besparing opleveren in het budget van de gezondheidszorg op het eiland. Gezonde mensen betekent ook een verhoogde productiviteit, mensen die plezier hebben en trots tonen in hun werk, hetgeen weer belangrijk is voor de economie. Ook zal wellness een enorme stimulans zijn voor de jonge entrepreneur, dat weer tot gevolg heeft op afname van werkeloosheid. Een overduidelijke win-winsituatie. De enige vraag die nog beantwoord moet worden is ‘Waar wachten we op?’

 

 

Een kleine greep uit de vele indiaanse woorden die nu nog gebruikt worden. 

Kuki indjan
De Kuki indjan, Kuku, Cucuy, Cucúi of Cocúi is een kleine agavesoort, die eetbaar is nadat de stekels langs de bladranden en de punten van de bladeren zijn weggesneden. Daarna wordt de gehele kern van de agave, met onderstam en de bladeren, gestoofd in de oven. 

Kunuku 
De Kunuku, Conoco, of Conuco was voor de Taïno-indiaan een bebouwde akker; in het Lokono betekent Conoco bos. In het Papiamentu betekent ‘Kunuku’ bebouwde akker, plantage of platteland.

Hoba
De Spondias mombin Hoba, Joba, of Jobo is een grote boom die men vindt op de eilanden in het Caraibisch gebied en landen zoals Mexico, Peru en Brazilië. Bij de indiaanse volkeren uit de tropische gebieden speelt de Hoba een belangrijke rol. 
De Hobaboom kan tot 20 m hoog worden met een omtrek van 1,5 m; de schors is dik, kurkachtig en diep gespleten. De boom heeft vaak laaghangende takken die meestal kaal zijn.  De vruchten groeien van juli tot september en hebben een scherpe, ietwat zure smaak.  De vrucht wordt gebruikt als diureticum (urine bevorderend) en febrifuge (koortsverlagend), terwijl de schors gebruikt wordt als emeticum (om het braken te stimuleren), voor diarree, dysenterie, aambeien, gonorroe en leukorroe (witte vaginale afscheiding); de bloemen en bladeren worden gebruikt om thee te maken tegen buikpijn, galblaasklachten, en ontsteking van de blaas en urinewegen. 

Huku
De Huku is een kleine boom met witte bloemen en oranjerode vruchten. De bladeren en takken bevatten gifstoffen en werden door de indianen gebruikt om vissen te bedwelmen terwijl de vis geschikt blijft voor consumptie. De plant stond ook bekend als ‘matapiska’ dat ‘doodt de vis’ betekent. 

Karishuri
De Karishuri (Cordia curasavica) is een kruid die een sterke geur verspreid. De takken zijn donkergrijs of zwart van kleur. In het Papiaments wordt de naam ‘Basora pretu’ vaak gebruikt. De Karishuri heeft veel medicinale werkingen en wordt nu nog gebruikt bij buikpijn. 

Cacique
De Cacique is de naam voor een indiaans opperhoofd. Het woord werd ook gebruikt als een amicale groet en betekent ‘hey chef’ en wordt tegenwoordig in Latijns-Amerika informeel gebruikt om een baas of politiek leider aan te duiden, vooral wanneer dit een lokale leider is. Het verschijnsel dat veel macht in handen is van lokale in plaats van nationale leiders wordt caciquismo genoemd en het gebied waarover een Cacique heerst cacicazgo. Cacique staat meer bekend als een rum uit Venezuela. 

Tapara
Tapara is de naam voor de vrucht van de kalebas. Het is ook de naam voor een beker of opbergpotje dat gemaakt is van de kalebas. Het woord wordt ook in figuurlijke zin gebruikt: ‘tin algu den tapara’ dat betekent ‘is er iets in petto’. De Tapara wordt ook wel totomo of tutumba genoemd.

Tawa
Tawa zijn de vruchten van de Tagua palm en het ‘plantaardig ivoor’ (marfil vegetal) dat uit deze vruchten verkregen wordt. Het was vroeger een belangrijk exportproduct omdat knopen (botón di tawa betekent knoop van Tawa) van deze vrucht gemaakt werden. Na 1945 kwamen er knopen van nylon en andere kunststoffen op de markt en zijn de knopen en de naam niet meer veelvuldig gebruikt. 

Totèki
De totèki is een kleine boomhagedis met de latijnse naam Anolis lineatus. De Aruac-indianen noemden de hagedis Tuqueque of Tuteque; op Curaçao werd het diertje kaku, waltaka of lagadishi di palu genoemd. De gekko’s worden ook Pegapega, turtuki of totèki pegapega genoemd. Anolis is ook een indiaans woord dat afgeleid is van het woord in Taïno ‘anaóli’. 

 

 279 Bia mirá,  2 Bia mirá awe

Over de auteur

Abonneer